
Een nieuw educatief Vivès pakket over INSPRAAK, PARTICIPATIE & EMPOWERMENT. Een 3-ledig creatief pakket voor begeleiders van speelpleinverenigingen, jeugdraden, cursisten kadervorming, deelnemers vormingsmomenten, enz
Krachtige empowerment bij kinder- en jongerenprojecten.
Participatie is nestwarmte
Particitpatie is in wezen niet nieuw (alleen de context verandert telkens weer) en is niet spectaculair. Het gaat veel meer om de kwaliteit van het (be-)leven dan de kwantiteit van het mee-doen.
Het is een telkens terugkerend verhaal van meetellen, je betrokken voelen, je aangesproken weten als persoon op je sterke kanten, van nestwarmte, van er bij horen.
Er bij horen
Er bij horen is voor elk individu levensnoodzakelijk. Maar evenzeer heeft een dynamische gemeenschap nood aan sociale netwerken (spontaan, momentaan of verankerd) die mensen bijeen brengen in eigen buurtgebeuren of buurtoverstijgende acties.
Zelf keuze kunnen maken tussen passief of actief participeren en daar voor mezelf een goede mix van kunnen maken op vijwillige basis, in mijn vrije tijd voelt goed aan.
KRUIM, (de video)
- brengt de turbokracht van kinderen en jongeren in beeld...
- zuigt de stofwolken op rond de betutteling van kinderen en jongeren...
- toont hét beste van speels ruimte bieden aan kinderen en jongeren...
- kriebelt je om zelf kruimige ideeën te realiseren...
Kruim, een krachtig verhaal !
Kinderen en jongeren aan het woord...
Jonge empowerment alom...
Kijken jullie mee naar het kruim van:
-
-
Anders is ook oké
- Van inspraak tot uitspraak
- Spel op wieltjes
-
Kinderwerking in de buurt
Mét bijhorende vizie- en methodiekbrochure !!!!
EEN SPEELPLEINWERKING MET KINDEREN
Speelpleinwerking is een (ped)-agogisch project, geen tewerkstellingsproject. Uitgangspunt is ook niet kinderopvang, maar speels beleven, ravotten, communiceren, confronteren van kinderen met elkaar binnen een veilig gevarieerd en tolerant milieu.
Functie
De speelpleinwerking heeft als speelmilieu een lange traditie. Het "kinderen van de straat houden" is omgebogen tot een welzijnsbevorderend vrijetijdsaanbod dat aan de noden van de volwassenen van deze tijd beantwoordt. Dit dient dan ook beter georganiseerd en begeleid te worden. Hierbij wordt het recht van kinderen op spel en op speelkameraden gerespecteerd. Speelpleinwerking heeft binnen een buurtleven of als een buurtoverstijgende opvang een unieke functie.
Speelpleinwerking wil zeggen: vanuit een duidelijke visie, de keuze maken voor een welbepaald spelaanbod en het ter beschikking stellen van spelaanleidingen, geënt op de typische kenmerken, behoeften en mogelijkheden van kinderen.
Visie
- Kinderen hebben rechten. Het recht b.v. op een eigen mening, eigen vereniging, spel en speelkameraden... een speelpleinwerking moet hen die rechten helpen verwezenlijken.
- Kinderen moeten kunnen ingroeien in een solidaire maatschappij en hierin een eigen (gewaardeerde en erkende) bijdrage kunnen leveren.
- Elke speelpleinwerking heeft haar eigen traditie, waarbij de keuze van spelorganisatie (van instuif over vrije keuze uit een programma-aanbod tot spelen binnen de eigen leefgroep met een "vaste" begeleiding) sterk bepalend is voor de spelcultuur binnen de werking.
- De speelpleinwerking staat in principe open voor alle kinderen zonder onderscheid. Het bereik is ruim en in meer verstedelijkte gebieden is er de duidelijke aanwezigheid van de kansarme (meer kwetsbare) kindergroep.
Doeleinden
- Het creeëren van een veilig speelmilieu, waarin kinderen op een ongedwongen manier omgaan met speelkameraden, hierin begeleid door een tolerante groep van jeugdige animatoren. De animatoren stimuleren de betrokkenheid van de kinderen bij het speelgebeuren en hebben oog voor een vriendschappelijke communicatie en voor de individuele behoeften van elk kind.
- Opvoedingondersteunend werken met ouders.
- Het emancipatorsich gehalte van en de democratiserende tendensen binnen de speelpleinwerking versterken- niet enkel bij de kinderen maar ook bij de animatoren.
Belangrijke consequenties
Deze visie en doelstellingen reiken de organisatoren van de speelpleinwerking een korf uitdagingen aan:
- de zorg voor een goed uitgebouwde organisatiestructuur (infrastructurele-, financiële-, personele-, materiële); met inbegrip van een betekenisvolle inbreng en enige zelforganisatie van de animatoren.
- Het beoordelen van speelinfrastructuur en -materiaal op hun 'speelwaarde'.
- Het verruimen van de begeleidersvaardigheden van de animatoren (o.m. via vorming).
- Het tijd maken voor betekenisvolle inspraakmomenten van de kinderen en kansen creëren voor participatieverruiming.
- Het zoeken naar goede ondersteuning bij derden voor die aspecten van de werking waar animatoren minder mee vertrouwd zijn, of geen raad mee weten.
- Het stimuleren van de betrokkenheid van kinderen bij hun leefwereld (gezin, buurt, stad) en vice verca: via oudercontacten-, aandacht voor buurtfeesten-, drempels overschrijden via speelpleinactiviteiten buiten de vertrouwde woonomgeving, aandacht voor multiculturele, enzovoort.
SPEELPLEINWERKING ALS OPEN JEUGDWERKVORM
deelfunctie van een globaal speelbeleid.
Speelpleinwerking is deelfunctie van een globaal lokaal speelbeleid. Dat speelbeleid heeft aandacht voor het vrij verkeren van kinderen en jongeren binnen het hele openbare domein (straten, hoekjes, pleinen, parken, tuinen,...). Intentioneel moet dit de communicatie van kinderen en jongeren onderling stimuleren.
Hun recht op spel en op ontmoeting binnen een kwalitatief woongebied, moet worden geconcretiseerd in een netwerk van gedifferentieerde en gevarieerde spelaanleidingen, geënt op bestudeerde behoedtes (d.i. bij kinderen en jongeren bevraagd) en op mobiliteitskansen van kinderen en jongeren buurtgebonden of wijkoverstijgend.
-
kinderen niet van de straat, maar IN de straat houden: decentralisatie speelpleinwerk - mobiele animatie - tienerhonken- ...
-
Onderscheid kinderopvang versus speelpleinwerking (andere uitgangspunten)
SPEL-ANIMATOREN
Wie zijn ze, wie zijn ze,...
In Vlaanderen hebben we de unieke situatie dat nog steeds heel wat jongeren de begeleiding van kinderen in hun vrije tijd als zinvol project zien en daar ook in meestappen. Zij doen dit vanuit heel diverse motivaties, of clusters van motivaties: 'het vinden van een ontmoetingsruimte' (het 'samen', waar men aandacht krijgt; het goed gevoel ergens bij te horen); 'kinderen graag zien'; 'zinnige vrijetijdsbesteding'; 'moeten van thuis' (omdat men zich anders verveelt); 'voor de centen' (van zakgeld tot jobverloning); 'voor een lief dat speelpleinleidsters is'...
Voor die 16 à 19 jarigen, goeddeels studerend en, middenklasse georiënteerd, is speelpleinwerking tevens experimenteerruimte voor leeftijdseigen grenverkenning: bevestiging dat zij het kind-zijn ontgroeid zijn en instap krijgen in de wereld van de volwassenen (de kick van het inoefenen van een nieuwe rol):
-
Zij krijgen verantwoordelijkheid voor het opvoeden van kinderen (en moeten dit waarmaken; men vertrouwd hierop: ouders - organisatie - mede-animatoren).
-
Zij krijgen een gezagsfunctie: zij zijn 'leider' en worden door de kinderen getaxeerd als een belangrijk iemand; wonder boven wonder luisteren de kinderen nog (min of meer) naar hen, ze doen (wel eens) wat gevraagd wordt.
-
Zij hebben werk: het speelpelin als (vakantie)job vertaald. Zij stappen (zacht) de arbeidswereld en -ethos in: 'ik tel mee want ik verdien'.
-
Zij staan aan de andere kant. Niet langer: de leerling die de spelregels van de (volwassen) leerkracht ondergaat, maar die zelf (beperkt) spelregels opstelt en toeziet op de uitvoering (geen slechte punten krijgen, maar slechte punten geven - belonen - sanctioneren).
Ook hebben zij nog dat spontane, impulsieve, speelse dat hen (ook lijfelijk) veel soepeler maakt in communicatie met de kinderen. De nostalgie naar het spelen van vroeger, het nog direct weet hebben van spelletjes en spelkeuzes uit eigen kindertijd, de vertrouwdheid met het speel(s) terrein (de emotionele context: 'ik ben hier nog als kind komen spelen'). Dit (nog) aanvoelen van de kinderwereld geeft veel kansen tot het opbouwen van een vertrouwensrelatie waarbij kinderen 'hun' leider of leidster als bewonderde identificatiefiguur op een voetstuk plaatsen.
Hoe meer animatoren, des te meer keuze voor de kinderen: vergelijken, uittesten wie hun bevoorrechte leid(st)er is. Ook emotionele binding komt hier als een belangrijke waarde om de hoek gluren. In het kader van een offensieve preventie is ook dit waardevol.
Speelpleinwerking: vluchtheuvel voor animatoren-vrijwilligers
Voor sommige animatoren is het speelplein een 'vluchtheuvel' (weg van thuis- toch bewijzen iets waard te zijn - vreugde delen om het lukken - erkenning door medebegeleiding en door kinderen) en zij houden er een posief levensgevoel aan over. Het speelplein is er niet enkel voor de kinderen, maar evenzeer voor die jong-volwassenen die er een tweede thuis vinden.
Jongeren de kans geven in te groeien in een maatschappelijk project, ruimte geven aan een vrijwillig engagement en aan het uiten van spontane betrokkenheid en zorg voor het welzijn van kinderen (en een beestje van zichzelf) is zeer waardevol als termijninvestering voor een gezonde samenleving.
Het onmiddellijke profijt van 'jobverloning' is een streven naar continue beschikbaarheid staat hier haaks op. De druk om meer te verdienen (jobstudenten-statuut) wordt groter - het is moeilijk om aan de verleiding te weerstaan - en dit schept allerlei neveneffecten die verbrokkelend werken op dit maatschappelijk project.
De vraag naar meer efficiëntie en continuïteit, eigen aan een productgerichte benadering (het eindproduct: een vlekkeloze speelpleinwerking), komt hierbij in aanvaring met procesgerichte benadering. Bij een productgerichte benadering wordt geen ruimte meer gelaten om te leren uit mislukkingen.
De keuze tussen met eenzelfde budget een ruimer aantal minder selectief gekozen jongeren de speelpleinwerking te laten verzorgen of via jobcontract aan een kleiner aantal uitverkoren de werking toe te vertrouwen, heeft zijn consequenties die binnen de globele doelstelling van een jeugdbeleid zeer omzichtig benaderd moeten worden.
Speelpleinwerking is o.i. een pedagogisch project (een opvoedingsmilieu) en geen tewerkstellingsproject (geen arbeidsvloer). Hier ligt wellicht het verschil met tewerkstelling binnen de buitenschoolse kinderopvang: de doelstellingen (en deels de methodieken) blijven dezelfde ten opzichte van de kinderen, maar die in het ontwikkelings- en vormingsproces van de animatoren zijn anders en dit hoort o.i. zo te blijven, sterker nog, benadrukt te worden.
Ook buiten de speelpleinwerking vragen animatoren bevestiging in de winkel op de hoek, in het oudercomité van de school, in de buurt. Ouders kunnen zo het stigma van diep gewortelde en onrechtvaardige vooroordelen t.a.v. jongeren helpen wegwerken.
Ouders vertrouwen er op dat er goed gezorgd wordt voor hun kinderen. Maar zowel over "goed zorgen" als over "een goede opvoeding" bestaan er uiteenlopende meningen. Speelpleinwerking als smeltkroes is zo een prachtig confrontatie-veld. Het verwachtingspatroon van ouders strookt steeds minder met de doelstellingen van spelpleinwerking. Speelpleinwerking staat immers voor ongeremd ravotten, voor ongedwongen speelplezier, terwijl (buitenschoolse) opvang sterker aanleunt bij het schoolse spelen. Ook door de veelheid aan opvang-mogelijkheden (karateclub, grabbelpas, roefeldag,...) dreigt de speelpleinwerking een buitenbeentje te worden.
Met kinderopvang vergeleken.
- vaste begeleiding (vast aanspreekpunt) professioneel
- het zorgende (bezorgde- verzorgde - cleane - duidelijke - geregelde - overzichtelijke)
- bedachtzame overheerst
- duidelijk reglement (strakker)
- regelmatig dezelfde groep kinderen (vooraf ingeschreven en beperkt in aantal)
- beperkter gamma van spelen
Speelpleinwerking
- wisselend animatorenteam (wisseld aanspreekpunt), vrijwilligers, professioneel
- het ravottende (bekommerd maar onbezorgd vuil maken hoort erbij)
- drijvend op (ongelijkmatige) impulsen van jongeren dikwlijks- improviserend onoverzichtelijk
- tolerantie (weinig moet - veel kan)
- wisselende kindergroepen en aantallen (niet vooraf in te schrijven)
- ruimer en gevarieerder aanbod
Hier wordt het verschil in speelcultuur en belevingscultuur duidelijk. Speelpleinwerking is kindgericht (aansluitend bij de spontane kindercultuur), terwijl de (buitenschoolse) opvang vaak meer oudergericht is (aansluitend bij het consumptiegerichte 'kinderparking'-idee).
Wie van speelpleinwerking houdt, zal het jeugdige en het 'onaffe' appreciëren.
BETROKKEN OUDERS
Het zijn de ouders die hun kinderen naar de speelpleinwerking sturen. Goede communicatie met ouders vanuit de speelpleinwerking is dus belangrijk.
Uit ons onderzoek in Middelkerke onthoudenwe dat ca. 70 % van de kinderen 'gedwongen' naar het speelplein komt (toch voelt de overgrote meerderheid van de kinderen er zich goed), en dat de ouders speelpleinwerking vooral zien als goede opvang voor hun kinderen terwijl zij uit werken gaan. De vraag naar speelpleinwerking is dan ook sterk uitgesproken tijdens de langere vakantieperiodes. Ouders hebben graag goede algemene informatie over de speelpleinorganisatie. Echt betrokken bij het programma zijn de ouders niet, minder dan 50% weet vooraf wat het aanbod is. Sommigen hebben meer nood aan het krijgen van specifieke informatie over de gang van zaken op het speelplein, maar leggen de oorzaak van het gemis wel bij zichzelf (geen tijd om contact te leggen met de animatoren of met de jeugddienst). Bij nagenoeg iedereen is er wel een spontane uitwisseling tussen ouders en kinderen hierover.
KLARE KIJK
Op een gemeentelijk speel(ruimte)beleid
'Grenzen zijn een onderdeel van het fundament waarop relaties tussen monitoren en kinderen worden gebouwd. Maar grenzen zijn er niet om te ovrheersen, maar veeleer om te leiden, te sturen, te ondersteunen en te stimuleren.
Bij verboden gaat het om het tegenovergestelde, om de wil te breken of om macht te demonstreren'
Spelen is een recht van kinderen. Het kinderrechten verdrag van de Verenigde Naties bevestigt dit uitdrukkelijk. Het is de plicht van de volwassenen dit recht een kwalitatieve invulling te geven.
Kinderen op de straat
Speelruimte maaakt niet langer van nature deel uit van de woonomgeving. Het straatbeeld wordt gedomineerd door economische functies (verkeer, handel,...). Restgronden binnen een woongebied die vaak door kinderen spontane ravotterreinen zijn, worden geleidelijk door bouwprojecten of parkeerplaatsen ingenomen.
Nochtans is speelruimte niet ekel een kwestie van vierkante meters en verkeersleefbaarheid. De speelwaarde van de woonomgeving hangt immers nauw samen met een aantal niet-ruimtelijke factoren, zoals de aanwezigheid van bewoners en ouders t.o.v. op de straat spelende kinderen.
Uitwijkmogelijkheden
De uitwijkmogelijkheden voor kinderen om verder dan de eigen tuin op verkenning te gaan, lijken op allerlei gebied beknot. Omdat de situatie in bestaande woonwijken zelden pasklare oplossingen en ingrijpende veranderingen toelaat - het gaat hier om een samen-leven met andere bewonersgroepen- moet er in de eerste plaats naar gestreefd worden bij elke ruimtelijk ordeningsbeslissing het aspect 'speelruimte' als evenwaardig criterium te integreren. Ook goedmenende volwassenen die de belangen van het kind willen dienen, moeten hun individuele acties op elkaar afstemmen. Het scheppen van mogelijkheden mag geen onsamenhangend en ondoordacht aanbod van speelterreinen inhouden, maar moet onderdeel zijn van een overkoepelende ruimtelijke structurering. Een doordachte en planmatige aanpak moet de huidige en toekomstige ontwikkelingen onderkennen en aan de nood van spel- en recreatieruimte op wijk-en gemeentelijk niveau passend tegemoet komen.