Vivès logo

Welkom
Actua
Over Vivès
Jeugdconsulenten
Speelprojecten
(kader)vorming
Jeugdruimte
Kinderrechten
Publicaties
Pak-me-mee
Boekenhoek
Fotohoek
Links
Abonneren op de
Nieuwsbrief





Cordoeanierstraat 13
8000 Brugge
Tel: 050/34 06 70
Fax: 050/34 34 40

Kinderrechten

Vivès > Kinderrechten

moeder waarom participeren wij?

Tine Vanthuyne

‘Participatie van kinderen en jongeren’ is geen ‘nieuw’ thema. Het aantal initiatieven, projecten en methodieken dat wordt opgezet om inspraak en participatie van kinderen te bevorderen, lijkt soms bijna niet meer bij te houden. Maar dit geldt ook voor het aantal initiatieven dat we weer zien verdwijnen, stilvallen, … omdat ‘het toch niet werkte’, omdat enkel en steeds opnieuw dezelfde (kleine groep) kinderen en jongeren bereikt werden, geen ‘nieuwe’ of ‘haalbare’ resultaten behaald werden, etc. Of ook omdat een project simpelweg afgewerkt en daarmee ook de participatie, beëindigd is.

Wanneer we ‘ruimte’ willen creëren om participatie van kinderen en jongeren een echte kans te geven, moeten we ons echter niet enkel afvragen ‘hoe’ we dit moeten doen. Een eerste stap moet de vraag zijn ‘waarom’ we deze participatie zo belangrijk vinden. De tweede stap is dan of de manier waarop we het dan aanpakken hiervoor ook de goede manier is. Deze tekst wil dan ook even stilstaan bij deze ‘waarom’-vraag en even een rustpunt bieden vooraleer een volgend participatieproject ons weer voorbij holt.

Vragen in verband met participatie worden vaak snel beperkt tot vragen over welke methodieken het best gebruikt kunnen worden om kinderen en jongeren te bevragen of te consulteren. Het is inderdaad belangrijk dat er zorg uit gaat naar de manier waarop participatieprocessen en procedures vorm worden gegeven en ingevuld. Dit vraagt om ‘kruimige’ ideeën die aansluiten bij kinderen en jongeren!

Maar wat bedoelen we eigenlijk met ‘participatie’ en waarom willen we dit bevorderen?

 

Participatie: wat zit er in de doos?

Vaak valt het verwijt dat participatie een lege doos of een ‘container begrip’ geworden is, waaronder van alles kan worden verstaan en wordt verstaan. Dit geldt zowel voor de theorievorming als voor de praktijk. Op vragen waarom participatie belangrijk is en wat dan juist bedoeld wordt met participatie van kinderen en jongeren, vind je vaak heel uiteenlopende antwoorden.

De manier waarop met participatie wordt omgegaan of hoe naar participatie gekeken wordt, hangt samen met de visie die men heeft ten aanzien van kinderen en jongeren en ten aanzien van het doel van participatie.

Er bestaan inderdaad verschillende manieren om naar participatie (van kinderen en jongeren) te kijken. Een vaak gemaakt onderscheid is deze tussen ‘participatie als middel’ en ‘participatie als uitgangspunt’.[i]

 

Participatie als middel

Op de vraag waarom participatie belangrijk is, zullen sommigen antwoorden dat het belangrijk is voor kinderen omdat ze door te oefenen met participatie vaardig kunnen worden in participatie. Het is een weg - middel waarlangs men kan bijleren over hoe democratie werkt (educatieve functie). Een ander argument kan zijn dat, wanneer men via participatie tot beslissingen kan komen, deze beslissingen mogelijks ook gemakkelijker aanvaard zullen worden (paciferende functie). Participatie biedt de mogelijkheid om het gemeenschapsgevoel te verhogen (integrerende functie). Participatie kan een belangrijke voorwaarde zijn om het welzijn, de gezondheid en de ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren, nu en later, te bevorderen. Wanneer kinderen onvoldoende mogelijkheden hebben om te participeren zou dit hun ontwikkeling zelfs negatief kunnen beïnvloeden.

Als we kinderen en jongeren bijvoorbeeld betrekken bij het vormgeving van een plein, zullen ze er zich mogelijks ook meer mee-verantwoordelijk voor voelen. Doordat ze zich meer bij hun buurt betrokken voelen kan participatie dan een middel zijn om criminaliteit te voorkomen.

Dergelijke argumenten zijn van instrumentele aard, waarbij participatie dient als een middel om iets te bereiken.

De manier waarop we met mensen omgaan, wordt deels gestuurd vanuit het beeld dat we van deze mensen hebben. Dit geldt ook m.b.t. de –vaak onuitgesproken of onbewuste– beelden die we van kinderen en jongeren hebben. Het is dan ook belangrijk dat men zichzelf de vraag stelt vanuit welk beeld men handelt. Hierdoor kan men het eigen handelen ten aanzien van anderen kritisch bekijken.

In de ‘participatie-als-middel benadering’ wordt vertrokken van een ‘wij’ versus ‘zij’ verhouding. ‘Wij’ die op een normale manier aan de samenleving deelnemen versus ‘zij’ die dat (nog) niet kunnen en die deze hulp dus nodig hebben. Het beleid of de jeugdwerker (wij) stelt een probleem vast, zoekt een oplossing en vraagt dan de participatie van de doelgroep (zij) aan die oplossing.

De manier waarop naar kinderen wordt gekeken en met hen wordt omgegaan ziet men echter evolueren van “kind als object dat nog-niet-volwassen is” tot “volwaardig individu dat in staat is zin te geven aan zijn bestaan en actief deel te nemen aan de samenleving”. Dit veranderende kindbeeld kan teruggevonden worden in het Verdrag inzake de rechten van het kind. Dit Kinderrechtenverdrag vormt een standaard voor meer respect voor kinderen, waarin duidelijk gesteld wordt dat respect voor kinderen een uitgangspunt moet zijn het omgaan met kinderen. Het erkent kinderen als volwaardige burgers wiens menselijke waardigheid gerespecteerd moet worden en die op een constructieve wijze aan de opbouw van de maatschappij moeten kunnen deelnemen. Het principe van participatie loopt als een rode draad doorheen het Verdrag.

Het uitgangspunt van kinderrechten, net zoals mensenrechten, is de gelijkwaardigheid van alle mensen ongeacht hun leeftijd.

 

Participatie als uitgangspunt

Wanneer we dan vertrekken vanuit dit geloof in competenties en gelijkwaardigheid moet participatie het uitgangspunt zijn. Gewoon door er te zijn, participeren alle mensen en dus ook kinderen en jongeren, aan de samenleving. Los van de voordelen die onder het titeltje ‘participatie als middel’ opgesomd werden, is participatie op zichzelf ook belangrijk. Participatie van kinderen en jongeren is dan het doel en de voorwaarde in de manier waarop we met hen willen omgaan.

Hierbij gaan we er van uit dat we de behoeften van kinderen en jongeren eigenlijk niet kennen en dat we die maar kunnen leren kennen samen met deze kinderen en jongeren zelf.

Het jeugdwerk kan een belangrijke rol spelen in de realisatie van manieren en procedures om participatie van kinderen en jongeren mogelijk te maken. Wanneer we vertrekken vanuit participatie als middel ligt het accent op de ‘lerende’ rol die het jeugdwerk kan opnemen. Wanneer we participatie als uitgangspunt nemen dan ligt de uitdaging voor het jeugdwerk er in om aan kinderen en jongeren mogelijkheden te bieden om te ontdekken welke thema’s in de samenleving belangrijk zijn, hoe deze kunnen worden ingevuld en welke samenleving we eigenlijk willen. Eigen individuele verwachtingen kunnen afgewogen worden tegen verwachtingen van anderen, ook van volwassenen. Er kan geleerd worden hoe met mogelijke verschillen kan worden omgegaan.

Hier zijn dus inderdaad leerprocessen mee verbonden. Maar dit geldt zowel voor volwassenen als voor kinderen en jongeren. Beiden moeten elkaar leren begrijpen en met elkaar in dialoog gaan.

Empowerment’ betekent in deze zin niet zozeer dat ‘de macht aan kinderen en jongeren gegeven wordt’ maar dat volwassenen én kinderen én jongeren leren omgaan met macht. Ruimte voor participatie wordt dan niet zozeer gecreëerd door te zoeken naar hoe we kinderen en jongeren kunnen ‘leren’ participeren, maar door in de eerste plaats na te gaan hoe wij met hen en dus ook met participatie omgaan.

Participatie is dus veel meer dan het toepassen van “dé juiste methode” of “dé juiste techniek”, is meer dan ‘een mening geven’ of ‘samen rond de tafel discussiëren’ Het gaat in de eerste plaats om een attitude en vormt een permanent proces dat begint bij het uitzoeken en uitdrukken van de visie van waaruit men vertrekt.


Literatuur: 

BOUVERNE-DE BIE, M. (1999). Participeren in een complexe sociale wereld. Baert, H., De bie, M., Desmet, H., Hellinckx, L., Verbeke, L., (eds), Handboek Samenlevinsopbouw in Vlaanderen. Brugge, Die Keure, pp. 211-223.

Schillemans, L., Claeys. A, Bouverne-De Bie M., Chances of local youth political participation, onuitgegeven tekst. 

VandeNbroeck, M. (1999) De blik van de Yeti, over het opvoeden van jonge kinderen tot zelfbewustzijn en verbondenheid. Utrecht: Uitgeverij SWP.

Verhellen, E., (1997). Verdrag inzake de rechten van het kind, Achtergronden, motieven, strategieën, hoofdllijnen, Leuven: Garent.


[i] In literatuur heeft men het hier over ‘participatie als methodisch principe’ en ‘participatie als beleidsprincipe’ (Bouverne- De Bie, 1999)

 

 

Copyright © 1999-2007 Vivès vzw | vives@vives-vzw.org